(bron KNB, SDU, 11 juni 2015)

In het wetsontwerp wordt voorgesteld om de gedragingen die op grond van artikel 4:192 lid 1 BW thans nog leiden tot zuivere aanvaarding van een nalatenschap, te beperken.
Het voorstel is dat een erfgenaam alleen nog maar geacht wordt zuiver te hebben aanvaard wanneer hij goederen van de nalatenschap verkoopt, bezwaart of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekt.

Het om zuiver ‘emotionele’ redenen meenemen van goederen uit de woning van erflater die geen enkele financiële waarde vertegenwoordigen, leidt niet langer tot zuivere aanvaarding wegens het gebrek aan waarde voor eventuele schuldeisers.
Wanneer een woning van een erflater dient te worden ontruimd, kan zuivere aanvaarding worden voorkomen door de betreffende goederen beschikbaar te houden voor de schuldeisers van de erflater.

Goederen zonder financiële waarde kunnen worden meegegeven aan bijvoorbeeld de kringloop.
Ook het betalen van een rekening van de erflater uit eigen middelen door een erfgenaam, of een erfgenaam die in rechte een schuld van de erflater betwist, zal evenmin nog leiden tot zuivere aanvaarding.

Wel is het zinvol dat een erfgenaam die om veiligheidsredenen kostbaarheden van een erflater uit een woning verwijdert en elders stalt, om van deze kostbaarheden een schriftelijke inventarisatie op te maken en bij te houden, bij voorbeeld in tegenwoordigheid van een derde.

Voorts wordt voorgesteld dat een erfgenaam, die na zuivere aanvaarding van de nalatenschap plotseling geconfronteerd wordt met een onbekende schuld van de erflater die het saldo van de nalatenschap overtreft, door de kantonrechter gemachtigd kan worden de nalatenschap alsnog benficiair te aanvaarden.
Voorwaarde is dan wel, dat de erfgenaam dit verzoek tot beneficiaire aanvaarding indient binnen drie maanden nadat hij bekend is geworden met het bestaan van die schuld.

Verder wordt een oplossing voorgesteld ingeval een erfgenaam na zuivere aanvaarding wordt geconfronteerd met een onverwachte schuld van de erflater en de nalatenschap ontoereikend is voor voldoening van deze schuld. In dat geval wordt de erfgenaam door de kantonrechter gemachtigd om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden indien hij binnen drie maanden na ontdekking van de schuld een verzoek hiertoe doet.
Wanneer de nalatenschap reeds is vereffend op het moment dat de onverwachte schuld ontdekt wordt, dan bestaat er voor de erfgenaam nog de mogelijkheid om door de kantonrechter te worden ontheven van de verplichting tot voldoening van dat gedeelte van de schuld dat het saldo van de nalatenschap overtreft.
Wanneer een erfgenaam ten tijde van de zuivere aanvaarding wel bekend was met de schuld maar heeft gedwaald over de omvang daarvan, is er, tenzij de erfgenaam door de schuldeiser onjuist is geïnformeerd, geen sprake van een onverwachte schuld.
Een erfgenaam wordt geacht voor de zuivere aanvaarding de omvang van de nalatenschap te hebben onderzocht.

Hetzelfde geldt voor de activa van een nalatenschap. Bij de waardering daarvan moet voorzichtigheid worden betracht.
Ook geldt er geen bescherming ten aanzien van activa die als gevolg van een tweetrapsmaking uit de nalatenschap van de bezwaarde verdwijnen.
Kosten voor de afwikkeling van een nalatenschap (vereffening, executele, boedelafwikkeling, etc.) worden niet aangemerkt als onverwachte schulden.

Tot slot wordt voorgesteld om de verplichting tot publicatie van de benoeming van een eventuele vereffenaar in nieuwsbladen als bedoeld in artikel: – 4:196 BW; – 4:206 lid 6 BW; – 4:209 lid 4 BW; – 4:214 lid 1 BW, en – 4:218 lid 2 BW, te laten vervallen. Volgens de regering zou met publicatie van deze benoeming in de Staatscourant kunnen worden volstaan.

 

Comments are closed.

Adres:

Lichtenauerlaan 138 (Brainpark II) 3062 ME Rotterdam

telefoon:

010-2425400

email:

info@vadnot.nl